NEJA.nl plaatst cookies (lees meer) uitsluitend om de site beter te laten functioneren en bezoek te monitoren.   X

Programma

schoffie NEJA

De centrale vraag van het meerjaren onderzoeksprogramma van het NEJA is:

Wat zijn de werkzame principes in het nieuwe stelsel van de zorg voor jeugd in Amsterdam?’

 

Het programma kent vier programmalijnen:

  • effectiviteit van de basiszorg jeugd;
  • effectiviteit van de specialistische jeugd- en gezinsinterventies;
  • Risicovol ouderschap: voorkomen van de overdracht van problemen van generatie op generatie;
  • werkzame elementen van een veilig pedagogisch klimaat in (pleeg)gezin, school, buurt, kinderopvang en ambulante en residentiële voorzieningen.

Het thema veiligheid komt bij alle onderdelen van het onderzoeksprogramma aan de orde.

 

Het gaat om onderzoek waarvan de uitkomsten toepasbaar zijn in praktijk en beleid. De uitvoering van het onderzoeksprogramma draagt bij aan het onderbouwen van de basisprincipes van het nieuwe stelsel:

  • snel effectieve en integrale hulp in de vertrouwde omgeving;
  • versterken eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van jeugdigen, ouders en hun sociale netwerk;
  • kleine problemen klein houden in een sterke pedagogische infrastructuur.

 

In het programma is veel aandacht voor de urgentie van de korte termijn kennisbehoefte. Die korte termijn kennisbehoefte ontstaat door de vele nieuwe ontwikkelingen, die een omslag in denken en handelen, nieuwe manieren van werken en een bredere kijk op de problematiek van ouders en kinderen met zich meebrengen. Om te voorzien in deze ‘snelle kennis’ komt er een kennisportaal, waar professionals en beleidsmakers terecht kunnen om kennis te delen, bestaande kennis op te halen of praktijkgerichte onderzoeksvragen op korte termijn te laten beantwoorden.

 

Het NEJA investeert in langlopend onderzoek door projecten voor ‘scientist practitioners’ te financieren. Deze ‘scientist practitioners’ zijn praktijkprofessionals en tevens wetenschappelijk onderzoekers, die vijftig procent van hun werktijd aan onderzoek besteden en vijftig procent aan hun reguliere werk in de praktijk. Daardoor zorgen zij voor de verbinding tussen het onderzoek en de praktijk.

 

Het NEJA stimuleert ook de inzet van HBO en WO master studenten om voor hun afstudeeronderzoek kortlopende klein-en-fijn projecten of onderdelen van langlopend onderzoek uit te voeren.